
de Volkskrant
2 december 2017 zaterdag
Section: Sir Edmund; Blz. 4
 RONALD VELDHUIZEN
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: één op de vier Nederlanders heeft een hersenaandoening.
Van wie komt die claim?
'Kwart van de mensen heeft hersenaandoening, vaak niet zichtbaar', kopt de NOS. Van elke vier Nederlanders die je tegenkomt, kampt er één met hersenproblemen, stelt de Hersenstichting in een nieuwe bewustwordingscampagne. Het onderzoek is afkomstig van het RIVM, dat in opdracht van de stichting de cijfers in Nederland uitzocht. Naast de NOS besteedden ook veel andere nieuwsmedia aandacht aan de campagne, zoals RTL, AD en NU.nl.
Klopt het?
De hamvraag is wat het RIVM-onderzoek onder het begrip hersenaandoening schaart. Veel, zo blijkt uit de uitgebreide onderzoeksverantwoording. Want onder de gebruikte definitie valt álles wat deels voortkomt uit hersenprocessen. Daar horen ook psychische stoornissen bij: denk aan slaapproblemen, stotteren, hoofdpijnklachten en alcoholverslaving. Als een huisarts bij iemand zo'n diagnose registreerde, kwam die persoon in de telling terug als iemand met een hersenaandoening. 

Experts zijn verdeeld over die definitie, waarover geen officiële afspraken bestaan. Hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie André Aleman van de Rijksuniversiteit Groningen vindt het begrip iets te ruim. 'Ik zou het beperken tot ernstigere, chronische aandoeningen, waarvan de oorzaak duidelijk in de hersenen ligt. Als iemand een paar weken depressief raakt door een persoonlijk verlies of te veel stress zie ik dat niet zozeer als een hersenaandoening.' 

Neurobioloog Dick Swaab van het Nederlands Herseninstituut (NIN) onderschrijft de definitie wél. 'Bij elke psychische stoornis is de oorzaak een kwetsbaarheid in het brein', zegt hij. 'Die krijg je genetisch mee of wordt vroeg in het leven vastgelegd. Dat is een hersenziekte.' 

Maar zelfs wanneer we meegaan met de ruimste definitie voor hersenaandoeningen, kan het cijfer een overschatting zijn. Al is het maar omdat het berekende aandeel 22 procent was, wat dichter bij 1 op de 5 ligt. En dat huisartsen bij die mensen ergens in 2016 een stoornis registreerden, wil niet zeggen dat ze er continu mee rondliepen, zegt Aleman. 'Sommige klachten zijn kortdurend, gaan vanzelf over of worden opgelost.' 

Woordvoerder Laura Rigter van de Hersenstichting zegt dat er juist een onderschatting mogelijk is: omdat alleen huisartsregistraties zijn meegenomen, ontbreken in deze telling mensen die direct bij de spoedeisende hulp terechtkomen of bij een specialist lopen.
Eindoordeel?
Afhankelijk van of en welke psychische stoornissen óók als hersenziekte worden geregistreerd, en hoe dat gebeurt, kan het werkelijke aantal Nederlanders met hersenaandoeningen lager of hoger liggen dan 1 op 4.



